|
Pyreneeën, westelijke deel, 29 juli 2000 – 8 augustus 2000 |
|
28/29 - 7 - 2000 Nootdorp
→ Hendaye |
|
|
Ik volg m'n vaste traject naar Utrecht, met vaste pauze in Harmelen (soms ook Woerden), vaste
omkleedplaats vlak voor Utrecht. |
|
Veel heen en weer tussen Frankrijk en Spanje. Kleine pasjes, redelijk rustige wegen. Gezellige pauze in toeristisch Sare met Nederlands stel, twee uur later dan ik vertrokken uit Hendaye. Lekker warme middag. Halverwege de etappe doet de spier boven m'n rechterknie zich voelen, waardoor ik een pasje links laat liggen. Tsja, in het voorseizoen heb ik meer gelopen dan gefietst. Fraaie, prettige beklimmingen naar de Puerto d'Otxondo en de Col d'Izpégy, de laatste ook met een mooie wisseling van omgeving tussen de west- en oostzijde (zoals mij reeds bekend). Weerzien na negen jaar met de gîte d'étape van St. Étienne, die ik niet meer weet te plaatsen, maar wel nog herken. Ik deel de primitieve dortoir met twee Franse fietsers (de man kende de Pyreneeën beter dan ik!) en een stuk of acht wandelaars. |
|
30 - 7 - 2000, rondrit vanuit St. Étienne, 146 km |
|
Vanuit St.Étienne enkele
nieuwe pasjes en twee passen van een nieuwe zijde. |
|
31 - 7 - 2000, St. Étienne-de-Baigorry → Issor, 158
km |
|
Een heiige ochtend. Een kort klimmetje tussen St. Étienne en
St. Jean Pied-de-Port, waar de maandagochtend bedrijvigheid
langzaam op gang komt. Rust voor de drukte; aparte sfeer. Daarna
een saai stukje tot St. Jean-le-Vieux, en vandaar met nerveuze benen
rechtsaf tot het begin van de ultieme test voor de knieën: de
zeer steile weg naar Ahusquy. Bij de driesprong waar 't allemaal
begint nog even koffiepauze in Mendive, waar een vrouw achter de
bar me waarschuwt: "Ouff, c'est raid!" En steil wordt 't,
heel steil, met name de eerste drie kilometers. De weg loopt langs een heuvelrij
voortdurend zo'n 8 á 12 % omhoog. Het schaduwenspel door de
opkomende zon die ik tegemoet rijd, is adembenemend (evenals de
klim); de blik omlaag naar de weg naar de Col de Burdincurretcheta
imposant.
|
|
1 - 8 - 2000, Issor → Ainsá, 168 km;
Arudy – Col du Pourtalet – Biescas – Puerto Cotefablo –
Ainsá |
|
Een rustige ochtend door de ochtendnevel, door het Forêt d'Arudy
met het voorgevoel van
mooi weer. Bij Arudy rechtsaf richting Laruns, richting Pourtalet
(een wat oudere Fransman laat zich met fiets en al uit de auto
zetten door zijn vrouw; au revoir au sommet!),
over een hoofdroute die na Laruns inderdaad vrij druk wordt.
In Laruns is het trouwens ook gezellig Frans/toeristisch druk.
Daarna begint het klimmen zo'n beetje; door een kloof, via een oude badplaats
(thermes) via een oud energiestation(?); wat een mooie weg,
véél mooier dan ik mij van een afdaling in de
motregen in 1991 herinner.
|
|
2 - 8 - 2000, Ainsá → Bagnères de Luchon, 129 km |
|
Vóór enig teken van leven van anderen (gasten en personeel) duw ik m'n
fiets de garagekelder uit. Gelukkig zit de deur niet op slot, iets wat me ooit
in een Spaans hotel overkwam.
Vanaf Ainsá is het direct aftellen (met de bordjes langs de weg) naar
de tweede onverlichte (?) tunnel van de vakantie, te weten de
1200 meter hoger gelegen Tunel de Bielsa.
De route volgt de vallei van de Riu Cinca, die op dit
ochtendlijke uur nog vol schaduwen is. In eerste instantie een
breed dal, daarna ook wat smalle en zeer mooie passages. In
Bielsa, wat het hoogteverschil betreft zo ongeveer halverwege, houd ik even
koffiepauze, met een niet al te smakelijk deegproduct uit de plaatselijke supermarkt.
Daarna, door nog steeds een mooie omgeving, met alleen wat meer auto's,
is het wachten op het echte klimwerk, gevolgd door de duisternis(?). Dat klimmen
dient zich pas een kilometer of acht voor de tunnel aan. Een paar
km á 8% zit er wel tussen.
|
|
3 - 8 - 2000, rondrit vanuit Luchon, 128 km |
|
5 - 8 - 2000, Seix → Seix, 132 km; Col d'Agnes – Port de Lers – Tarascon – Col de Port – Col de Saraillé – Seix |
| |
![]() Tussen Col d'Agnes . . . |
|
![]() . . . en Port de Lers |
|
Vroeg op, en tot m'n verbazing bereidt de (slok slok) baas, en niet zijn vrouw, het ontbijt. Dit had de tweede grote klimdag moeten worden, maar: petweer! Met bange voorgevoelens daal ik het steile (maar wel verharde) weggetje af naar Seix, en door de motregen, door de plassen volg ik de vlakke route naar Aulus-les-Bains. Ik heb een leuke route uitgestippeld. In Aulus is het moeilijk om een open restaurant aan te treffen; 'k heb er pas twintig kilometer opzitten, maar ik ben koud, en het eerstvolgende restaurant ligt twee passen verder. Bij het heen en weer rijden knapt er ook nog eens een elastiek van een fietstas. Wat een groot klein leed! Uiteindelijk beland ik in de ontbijtruimte van een hotel als vreemde gast tussen een aantal gasten op leeftijd, en warm wat op met een wederom een chocolat chaud. Daarna de prachtige klim naar de Col d'Agnes, helaas vandaag niet zo prachtig. Nabij het hoogste punt zet de regen flink door, en rond de iets verder gelegen Port de Lers is het verschrikkelijk! M'n niet meer goed waterdichte fietsjack met daaroverheen m'n ook niet 100% waterdichte hardloopjack bieden niet voldoende weerstand tegen de wateroverlast. Tot m'n grote verbazing kom ik ook nog een lotgenoot tegen, die 's ochtends met droog weer(!?) uit Vic-Dessos is vertrokken. Tot genoemde plaats blijft het hozen. M'n katoenen trui is van de manchetten tot boven de ellebogen doorweekt, en m'n sokken ....... Brrrr! Een uur in een verwarmde lunchroom is niet voldoende om weer helemaal droog te worden, ik vraag me af of m'n schoenen überhaupt nog droog zullen worden voor eindpunt Argelès. In dat uur houdt het zowaar wel op met regenen, en ik krijg weer een beetje moed. M'n buitenste jack is bijna drooggewaaid als een nieuwe stortbui dat laatste restje moed wegspoelt en ik besluit de weinig interessante (maar kortste) route over de Col de Port te nemen. Jammer. Achteraf blijkt dat stortbuitje tussen Vic-Dessos en Tarason het laatste buitje van de vakantie te zijn geweest. In Massat, aan de 'thuiszijde' van de Col de Port zit ik om een uur of drie buiten op een terrasje in een schraal zonnetje; het kan verkeren. De weg naar het volgende hobbeltje, de Col de Saraillé is oneindig kronkelend en erg rustig. Leuk weggetje toch wel. Niet geheel voldaan, wel behoorlijk moe, en nog steeds met natte voeten arriveer ik tussen zes en zeven bij de gîte. Uiteraard geen andere fietsers daar. Wel een open haard, in bedrijf! waardoor mijn schoenen veel eerder dan verwacht, namelijk de volgende ochtend al, droog zijn. (M'n sokken belanden in de vuilnisbak.) |
|
6 - 8 - 2000, Seix → St. Lary Soulan, 142 km |
| |
![]() Col de Portet in zicht. |
|
Een dag met twee omslagpunten. Ten eerste het weer. Een prachtige, zachte, lichtbewolkte dag. Ten tweede de knieën. Al bij de eerste kilometer omhoog, en die is inderdaad erg steil, voel ik dat het rechts niet helemaal goed zit. Totdantoe heeft rustig doorrijden steeds geen problemen gegeven. Over een wederom zeer kronkelig, zeer rustig weggetje voeg ik twee onbekende pasjes aan m'n lijst toe. Daarna kom ik in het brede dal van de Bouigane dat langzaam naar de Col de Portet d'Aspet voert. Een halfuurtje rust met koffie en koek verandert niets aan het pijnlijke gevoel, sterker nog, naarmate de weg steiler wordt, wordt de pijn erger. In Portet d'Aspet met nog 2,5 km van 9 á 10% geef ik het op. Een treurig moment op een bankje langs de weg, terwijl aan de overkant de voorbereidingen voor een feestmiddag beginnen. Tien meter verderop bevindt zich een telefooncel. Ik hak de knoop door en bel naar de gîte van Sailhan dat ik vanwege mal aux genoux Sailhan niet zal halen. Daarna stap ik op met het idee om in Aspet verdere plannen te maken. De laatste paar kilometers naar de col kruip ik met acht à negen km per uur omhoog. Verder tot Aspet geen problemen. In Aspet pak ik de kaart en het gîte-boek er maar eens bij. Twee telefoontjes lopen op niets uit: complet. Het lijk me het beste om naar het noorden de Pyreneeën te verlaten, en vervolgens westwaarts te fietsen, in de richting van het eindpunt van twee dagen later. Spijtig dat de oostkant van de Tourmalet zal blijven ontbreken op m'n Pyreneeënlijst. 't Is vreemd om de bergen en vervolgens de heuvels te verlaten, maar gelukkig gaat het fietsen tot Montréjeau prima. In Montréjeau heb ik in 1987 twee nachten doorgebracht in een vunzige jeugdherberg, maar ik herken dertien jaar later niets meer van het stadje. Op een plein in het centrum eet ik wat wafels en voer stukjes aan een zwerfhond - de ene zwerver is solidair met de andere. Weer neem ik de gîte-brochure erbij, en het valt me nu pas op dat er in St. Lary ook een gîte is. Ik had daarvoor niet begrepen dat de Route de Cap-de-Long een straat in St. Lary is (en niet de weg omhoog naar een bergmeertje op 2150 meter). Weliswaar is het bijna drie uur, en ligt St. Lary op zo'n 65 kilometer afstand, bovendien 500 meter hoger dan waar ik mij bevind, maar ik waag het erop, en bel. Er is nog net plaats, en ik 'ga ervoor'. De eerste 25 km zijn zo vlak als de IJsselmeerpolders. Daarna volg ik enkele kilometers een smal weggetje vlak langs de Neste d'Aure totdat dat samenkomt met de hoofdweg naar Spanje (door de Bielsa-tunnel). Geen aangename weg, maar ik ben allang blij dat ik ondanks het redelijke tempo en de licht oplopende weg geen last krijg van de knie. Halverwege houd ik nog een korte pauze met cola en een stuk opgewarmde pizza te midden van een typisch Frans tafereeltje: oude mannetjes aan het jeu de boules, nog oudere mannetjes toekijkend en commentaar leverend vanaf een bankje (met nog een plekje voor mij). In de gîte zijn naar mijn gevoel nog heel wat bedden vrij. De ambiance is actief en gezellig, het eten niet geweldig, de 'kamer' evenmin, maar ruim voldoende luxe voor een vermoeide fietser. |
|
7 - 8 - 2000, Rondrit uit St. Lary Soulan, 113 km;
|
| |
![]() Steil begin naar Col de Beyrède |
|
Verderop naar Col de Beyrède |
| |
![]() Laatste 10 km (à 9 % !) tot Col du Tourmalet |
|
![]() Mooi uitzicht over vallei van de Neste d'Aure |
|
Vroeg aan tafel; de spullen zijn zoals wel vaker de avond tevoren klaargezet, ik hoef alleen het knopje van het koffiezetapparaat in te drukken. De eerste twintig kilometers zijn koud: stroomafwaarts door het dal van de Neste d'Aure met de zon nog achter de bergen in het oosten. Bij het verlaten van het dal kan ik gelijk aan de bak: de kilometer voor en direct na Beyrède zijn de steilste van de prachtige beklimming naar de Col de Beyrède. Auto's zijn er bijna niet, 't is zonnig, en overal om mij heen zijn groene bergen. Tot vlak voor de top heb ik geen idee waar het heen gaat; geweldig! Na de afdaling in druk Ste. Marie-de-Campan koffiepauze, en de uiteindelijke beslissing: kijken hoever ik kom naar die Tourmalet. De eerste paar kilometers van de zeventien gebeurt er niet veel; wel schrikbarend veel auto's, en zelfs autobussen. De Tourmalet is dan ook dé col van de Pyreneeën, en de oostkant is sportief gezien de 'beste' (hoewel het voor de professionals waarschijnlijk weinig verschil zal maken.) Uit toeristisch oogpunt is de oostkant, met name voor fietsers, vervelend. De pas-informatie langs de weg is een steun in de rug. Van het bord 10 km voor de top, met nog een hoogteverschil van 900 meter, maak ik een foto. Vandaar fiets ik in één ruk naar de top. Nou ja, tijdens die laatste 10 km doe ik het zo rustig aan dat ik eigenlijk nauwelijks buiten adem bovenkom (in tegenstelling tot vele anderen, waaronder de leden van een Cycletours groep, die 'm van de westkant hebben bedwongen). Na een (Cycletours) soepje duik ik weer omlaag. Snel ja, ik kan niet anders zeggen. Even voorbij La Mongie knijp ik in de remmen voor een praatje met twee van de vier Spaanse 'renners' die ik in de gîte van Saint Lary had ontmoet. In Espiadet vier ik de gisteren niet meer verwachte 'overwinning' met een bananasplit (ik ben weer eens te laat voor een warme hap). De laatste klim valt tegen. Niet wat de benen betreft, maar wel vanwege het drukke verkeer (veel drukker dan op een vroege ochtend in 1991!). Ik haal een 'kruipende' vrouw in, die op de top wordt opgewacht door haar echtgenoot. De afdaling naar Ancizan, over een smalle weg met onoverzichtelijk bochten is ook niet echt prettig, hoewel de vergezichten fraai zijn. En dat was het dan voor de 'grote' klimdag. (Thuis had ik ook de klim naar Le Pla d'Adet erbij gedacht, maar daarvoor heb ik het te rustig aan gedaan.) In St. Lary breid ik m'n collectie Franse Robin Cooks wat uit, en in de gîte kom ik het fietsende stel van op de Hourquette d'Ancizan tegen, met wie het aan tafel heel erg gezellig is. Opnieuw op tijd naar bed, na nog even heel kort kennisgemaakt te hebben met m'n kamergenoot (al voor de tweede nacht). Hij houdt er een heel ander leefritme op na. |
|
8 - 8 - 2000 St. Lary → Argelès-Gazost, 125 km; Le Pla d'Adet – Col d'Aspin – Bagnères-de-Bigorre – D26 – Argelès |
| |
![]() Vielle Aure met daarboven Pla d'Adet |
|
![]() Pla d'Adet op prachtige ochtend |
|
Ver voor m'n wekker ben ik al wakker; met slechts één idee in m'n hoofd:
Le Pla d'Adet! Ik heb maar een kilometer of negentig te gaan, met de
niet al te lastige Col d'Aspin als enige hindernis, en ik hoef
pas om zes uur in Argelès te zijn. (En als het fout zou
gaan met m'n knie dan kan ik de Aspin links laten liggen voor een
vlakke etappe.) Eindelijk gaat de wekker, en onder het ontbijt
besluit ik om het erop te wagen. Als een dief in de ochtend sluip
ik de gîte uit, en spring op m'n Koga. 't Is koud, net als
gister, maar nu begint na twee kilometer al de steile klim. Een
genot, zo voor het verkeer uit; helaas geen tijd (en moed) voor de afslag
naar de Col de Portet. Het dorp daar boven op de rots
(dat ik al diverse malen heb zien liggen) begint net wakker te
worden terwijl ik de laatste kilometer volbreng. Een foto vind ik
het wel waard, voordat ik omlaag zeil; de kabelbaan naar
St. Lary is nog niet in bedrijf (maar dat was toch geen serieus alternatief om af te dalen).
Om half negen ben ik terug in de inmiddels tot leven gekomen
gîte. Vijf minuten later zit ik alweer op de fiets. Laatste
gebak-pauze in Arreau, met een Frans stel dat van west naar oost
fietst, gevolgd door opa en oma met de kinders en de bagage. Die
hebben het mooi voor elkaar! Na de laatste koffiepauze op naar de
laatste col. "Chèrs messieurs cyclistes. Prière de ne pas
pisser sur nos matériaux!", staat er op een bord bij het begin
van de klim. |
| Totaalafstand van deze elfdaagse: 1493 kilometer. |

|
|
Terug naar startpagina |
|